Contact

TopSupport

Medisch Sportgezondheidscentrum

Antoon Coolenlaan 1-03

5644 RX Eindhoven

Tel: 040 - 286 41 44

Klik hier voor een routebeschrijvingNeem contact op met TopSupport

Inschrijven eNieuwsbrief

Banner
Banner

Sportgeneeskunde nog steeds in de wachtkamer

Zondag 07 juni 2009 13.56

Een gezonder Nederland dankzij de sport. Een land waar de burgers vitaal zijn en de jeugd fit, waar bewegingsarmoede en obesitas duidelijk zijn teruggedrongen en waar een gezonde levensstijl de standaard is. In het plan ‘Heel Nederland in 2016 naar olympisch niveau’ laat NOC*NSF er geen twijfel over bestaan; alleen een sportief actieve bevolking biedt het draagvlak voor een succesvolle olympische kandidatuur.

Dat vraagt om adequate sportgezondheidszorg, zegt Don de Winter, voorzitter van de Vereniging van Sportgeneeskunde, een organisatie waarbij meer dan 100 sportartsen zijn aangesloten. Zij vormen het netwerk dat erop toeziet dat sport op verantwoorde wijze wordt bedreven.

‘We hebben grote inspanningen moeten leveren om sportgeneeskunde op de kaart te brengen. Juist de laatste tijd krijgen we veel waardering voor ons werk, waarin kwaliteit voorop staat. Onze ergernis blijft dat we als beroepsgroep nog steeds niet worden erkend als medisch specialisme’, zegt De Winter.

In zijn hart hoopt de voorzitter van de beroepsgroep dat het Olympisch Plan 2028 zijn sterke wens tot erkenning in een stroomversnelling brengt. Zo is het namelijk ook in Engeland gegaan. Met de Olympische Spelen van 2012 in Londen in het vooruitzicht besloot het Britse Genootschap van Gezondheid sportgeneeskunde de status van medisch specialisme te geven.

‘Er komen steeds meer sportartsen en bij alles wat te maken heeft met geneeskunde en sport staan wij vooraan. We blijven bezig om de zorg voor de sport te verbeteren. Tien jaar geleden waren er 60 tot 70 sportartsen, nu zijn het er 103. Bovendien zijn er nog 30 in opleiding.

‘Die instroom is nodig, omdat de vraag naar specifieke sportzorg blijft groeien. Ons credo is altijd geweest: wij jagen ontwikkelingen aan, leveren kwaliteit in zorg en preventie en brengen onze kennis in toenemende mate over op huisartsen.’

Sporten is gezond, dat staat voorop, maar wel met de toevoeging van de Vereniging van Sportgeneeskunde: ‘Doordring mensen ervan dat ze wel gezond bezig moeten zijn met sport.’

Zolang sportgeneeskunde niet als specialisme wordt erkend en niet wordt betaald uit de basisverzekering, is er een drempel naar de sportarts. De Winter: ‘Sportgeneeskunde zit in de aanvullende verzekering, dat betekent dat je als patiënt of cliënt er zelf voor moet kiezen en dan ook nog in een speciaal pakket om die kosten vergoed te krijgen.

‘Een verwijzing naar het maken van röntgenfoto’s of een MRI-scan werpt ook weer, vanwege de bijkomende kosten, een extra drempel op. We willen maatwerk leveren, maar worden nu gehinderd door het ontbreken van de status.’

De Vereniging van Sportgeneeskunde is afhankelijk van de erkenning van het Koninklijk Nederlands Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunde. Haar bezwaar? De Winter: ‘Zij wil helderheid in haar contourenbeleid. Er zijn eerder specialismen opgekomen, waarvan ze later hebben gezegd: ‘Moet dat allemaal wel?’

‘Dan is er ook nog een financiële paragraaf. Hoe meer specialismen er komen, hoe groter het beslag op de gezondheidszorgbudgetten.’

Bron: De Volkskrant 4 juni 2009. Door: Poul Annema

< terug naar de nieuwsberichten